De Dorpsdichters

In een klein hoekje
van een overvloedig
groeiende en bloeiende
tuin

ligt
een stapel snoeihout
hier houden muizen
egels en pissebedden
woning

de koningin van deze
oase ben ik zelf het gewelf
vormt de poort naar
klein geluk

 

Hier plaatsen zich
twee heren en een dame
ze noemen dingen bij naam

samen spelen ze
het inschatten van schat je
tot het liefje
van de kok …

die in het verleden een hok
vulde op een luxe plaats
met naast ons anekdotes
uit herinneringen opgehaald
en opgetekend


Geef een antwoord