Van
het kastje
naar de muur
en terug
wederom
krom wat recht
is
wat recht was
is krom
ik kom en vraag
daag de dagen uit
buiten de koude
van binnen de lach
om ongekende waanzin
het is wachten
koude in het Land
dansen met voeten
zwaaien met handen
door en door
tot de dood
komt
daar waar het tijd is
van binnen een lach
om de waanzin
van alle jaardagen